Asscher benadrukt belang scholing OR

 

3-05-2017  | Vorige maand heeft minister Asscher een brief naar de Tweede Kamer gestuurd naar aanleiding van het door de SER opgestelde rapport; 'Ontwikkelingen in scholing van ondernemingsraden'. Hierin geeft de minister aan dat hij het belang van scholing voor ondernemingsraden wil benadrukken.

In het rapport van de SER is zowel de kwantiteit als de kwaliteit en de effectiviteit van scholing en vorming onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat OR’en en bestuurders scholing en vorming als nuttig en effectief ervaren.

Enkele essentiële quotes uit de brief van minister Asscher

  • "Kwalitatief goede medezeggenschap is in het belang van de onderneming en van iedereen die daarin werkzaam is."
  • “Allereerst wil ik graag benadrukken dat scholing en vorming van OR-leden  belangrijk is voor het goed functioneren van de medezeggenschap van werknemers.”
  • “Gezien de snel veranderende omgeving, de oplopende werkdruk en toenemende en vaak complexe taken die de OR de afgelopen jaren erbij heeft gekregen, zoals op het terrein van pensioenen en arbeidsomstandigheden, is dit belang alleen maar toegenomen. “
  • “We moeten niet uit het oog verliezen dat OR leden werknemers zijn die veelal in hun dagelijkse werkzaamheden heel andere taken uitvoeren dan de taken waarmee zij als OR-lid zijn belast. Dit vergt het ontwikkelen van extra vaardigheden en kennis en het bijhouden hiervan.”
  • “De OR leden verdienen hierbij de steun van de ondernemer. Daarom is ook in de wet vastgelegd dat de ondernemer verplicht is om OR-leden de gelegenheid te bieden gedurende een aantal dagen per jaar scholing en vorming van voldoende kwaliteit te ontvangen.”
  • “De wet noemt een minimum aantal dagen, maar het werkelijke aantal dagen hangt af van wat de OR-leden in verband met het vervullen van hun taak volgens hen redelijkerwijze nodig hebben. De ondernemer moet de hieraan verbonden kosten voor zijn rekening nemen en de scholing en vorming geschiedt onder werktijd en met behoud van loon.”

De volledige brief van minister Asscher vindt u hier.

Bronnen: SER, Rijksoverheid


 

 

« Terug