einde van hoofddoek op de werkvloer?

 

16-03-2017  | Volgens het Europees Hof van Justitie mogen werkgevers van hun werknemers vragen om geen religieus symbool te dragen. Een hoofddoek hoort daar ook bij, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden.

Twee vrouwen uit België en Frankrijk stapten naar het Hof. Zij werden ontslagen omdat zij niet ingingen op het verzoek van de werkgever om geen hoofddoek te dragen. De uitspraak van het Hof betekent dat bedrijven van hun personeel mogen vragen dat zij neutrale kleding dragen. Uiteraard kan een neutrale uitstraling van het personeel voor een bedrijf of organisatie belangrijk zijn. Maar dit moet een bedrijf goed kunnen onderbouwen. Het Hof laat weinig of geen ruimte voor een specifiek hoofddoekverbod. De kledingeisen moeten betrekking hebben op alle zichtbare politieke, filosofische en religieuze uitingen.   

Bedrijfsreglement
Een bedrijf moet dit beleid coherent en systematisch uitvoeren in de organisatie. Volgens het Hof is er dan geen sprake van directe discriminatie. Als een bedrijf geen reglement heeft opgesteld loopt het risico om wel te discrimineren. Bijvoorbeeld als een klant niet geholpen wil worden door iemand met een hoofddoek of keppeltje en het bedrijf komt hieraan tegemoet.

Richtlijnen
Het Hof geeft de nationale rechter nog een aantal aanwijzingen:

  • Het doel van een neutrale uitstraling is in beginsel legitiem, zeker als het gaat om een functie waarbij sprake is van (veel) contacten met klanten.
  • Het beleid over kledingvoorschriften moet coherent en systematisch worden uitgevoerd.
  • De enkele wens van een bepaalde klant kan niet bepalend zijn om het dragen van bepaalde religieuze kledingstukken te verbieden.
  • Een werkgever mag een werknemer niet zonder meer ontslaan vanwege het niet voldoen aan kledingvereisten. De werkgever moet kijken of het mogelijk is iemand een andere functie binnen het bedrijf te laten vervullen.

Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens in Nederland zegt: “Het Hof heeft twee belangrijke rechten tegen elkaar afgewogen: het recht van gelijke behandeling en het recht van bedrijven om de neutraliteit en onafhankelijkheid van het bedrijf vorm te geven.”

Ondernemingsraad
Conform artikel 28 lid 3 van de Wet op de ondernemingsraden heeft de ondernemingsraad een belangrijke rol als het gaat om gelijke behandeling van medewerkers. “De ondernemingsraad waakt in het algemeen tegen discriminatie in de onderneming en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en minderheden in de onderneming.”

Voor de OR is het dus van belang betrokken te zijn bij het vaststellen van het bedrijfsreglement.

Bron: College voor de rechten van de mens, NOS

 

« Terug