Ondernemingskamer geeft OR Uniface gelijk, verkoop ingetrokken

 

16-11-2017  | De eigenaar van bedrijf Uniface wil het bedrijf verkopen, maar overtreedt daarbij enkele belangrijke voorschriften van de WOR. De kwestie was niet aangekondigd in de bespreking van de algemene gang van zaken (art 24 lid 1 WOR) en ook werd geen advies gevraagd over het inschakelen van een extern adviseur. De OR vindt dat het onvoldoende invloed heeft kunnen uitoefenen en brengt op grond hiervan een negatief advies uit. De ondernemer wil de verkoop toch doorzetten, dus stapte de OR naar de Ondernemingskamer (OK).

De OK komt tot de volgende conclusies.

  • De OR is niet tijdig om advies is gevraagd waardoor het niet meer mogelijk was de besluitvorming daadwerkelijk inhoudelijk te kunnen beïnvloeden.
  • De adviesaanvragen bevatten geen onderliggende documenten. De OR kon de zaken daardoor niet verifiëren. Het achteraf verstrekken van informatie en beantwoorden van vragen was niet afdoende om de gebreken in de adviesaanvraag te repareren,  mede door de korte reactietermijn.
  • Het is onduidelijk waarom er geen concept-koopovereenkomst aan de OR is verstrekt. De OK acht daarom ook de  informatieverstrekking ontoereikend.

Toen de OR zijn overwegingen aan Uniface bekend maakte, was het veilingproces feitelijk al in volle gang, zonder dat de ondernemingsraad daarvan voldoende op de hoogte was gesteld. De OK trekt hieruit de conclusie dat de ondernemer artikel 24 lid 1 van de WOR heeft geschonden. Dit gegeven, gecombineerd met de late adviesaanvrage(n), maakt dat de OR geen wezenlijke invloed heeft kunnen uitoefenen op het besluit.

De OK is van mening dat er geen sprake was van tijdige inschakeling, adequate informatieverstrekking en een degelijke motivering van het besluit.

Oordeel OK: Het besluit is kennelijk onredelijk en moet worden ingetrokken, en de gevolgen moeten ongedaan worden gemaakt.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, Ondernemingskamer, 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4123

 

« Terug