Schippers en Van Rijn willen omwenteling in bestuur en toezicht zorg

 

20-02-2015  | Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn van VWS zijn tot de conclusie gekomen dat er veel meer gedaan moet worden aan beter bestuur in de zorg dan ze dachten. De nieuwe plannen die ze hiervoor opstelden komen in de plaats van een eerder wetsvoorstel 'Goed bestuur in de zorg'. Onderdelen zijn strenger toezicht en meer medezeggenschap.

Uit verschillende incidenten blijkt volgens de bewindslieden dat tekortkomingen in bestuur en toezicht gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit, de veiligheid en de continuïteit. Ook vergroten ze de kans op fraude en andere integriteitsschendingen. De zorg beschikt over goede governance codes, maar in de praktijk verkeren toezichthouders nog te vaak in 'handelingsverlegenheid' als het erom gaat bestuurders te corrigeren. De bewindslieden vinden daarom dat de overheid zich actiever moet opstellen.

De voorstellen die ze hiervoor presenteren zijn bedoeld als aanvulling op voorstellen die minister Opstelten bij de Tweede Kamer heeft neergelegd aangaande de aansprakelijkheid van (en eventuele beroepsverboden voor) bestuurders en toezichthouders in het algemeen. Ook zijn ze een aanvulling op het voorstel voor een Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz), die de huidige Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ) gaat vervangen.

Dit zijn ze:

  • Bestuurders en toezichthouders moeten hun verantwoordelijkheden statutair vastleggen en jaarlijks evalueren. In de zorgbrede governance code moet worden opgenomen dat elke raad van bestuur iemand heeft die persoonlijk aanspreekbaar is op kwaliteit. Toezichthouders moeten zich ertoe verplichten om zich bij benoeming van nieuwe bestuurders eerst terdege op de hoogte te stellen. Bestuurders én toezichthouders moeten zich onderwerpen aan accreditatie en zich in een register laten opnemen. De governance code moet ook gaan gelden voor instellingen die niet bij brancheorganisaties zijn aangesloten. Een apart onafhankelijk orgaan moet de code uitwerken in praktisch hanteerbare normen.
  • De Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) moet nadrukkelijker op de naleving van de code gaan controleren. Er komt een beleidskader voor een actiever gebruik van de ministeriële bevoegdheid om in te grijpen in het bestuur en het toezicht van zorginstellingen. De IGZ gaat controleren op het naleven van het adviesrecht van cliënten en personeel bij fusies. Er komt een wettelijk verbod op enkele vormen van financiële derivaten. Wijzigingen in de rechtspersoonlijkheid van zorgaanbieders worden onderworpen aan een meldingsplicht.
  • Vooral cliëntenraden worden nog te weinig en te laat betrokken bij besluiten. Er komt een herziening van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) die meer ruimte zal bieden voor maatwerk, ook voor patiëntadviesraden of familieraden. De huidige advies- en instemmingsrechten zijn te licht en worden verzwaard naar het voorbeeld van de WOR. Cliëntenraden zullen zelfs meer krijgen dan een OR, namelijk het enquêterecht. Daarmee kunnen zij de Ondernemingskamer vragen een onderzoek in te stellen. Dit stond al in 'Goed bestuur', maar het wordt nu onafhankelijk van de rechtsvorm van de instelling. Cliëntenraden krijgen ruimere mogelijkheden op het gebied van financiering, gebruik van faciliteiten en scholing. De naleving van medezeggenschapsbepalingen wordt gecontroleerd door de IGZ.
  • Er vindt onderzoek plaats naar de rol van veranderingen in bestuursvormen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de rol die 'integrale bekostiging' kan spelen bij het stellen van eisen, ook aan medisch specialisten en investeerders.

Bron: SDU, inzicht@OR 19 febr 2015

 

« Terug