wetsvoorstel normalisering Ambtenarenwet

 

9-03-2017  | De rechtspositie van ambtenaren wordt gelijkgetrokken met die van andere werknemers. Daartoe worden de Ambtenarenwet en enkele andere wetten gewijzigd.

De Nederlandse ambtenaren vallen niet onder het gewone arbeidsrecht, zij hebben een speciale rechtspositie. Dit verandert met het wetsvoorstel Normalisering rechtspositie ambtenaren. In 2020 moeten de arbeidsverhoudingen bij de overheid gelijk zijn aan die in het bedrijfsleven. De normalisering geldt niet voor alle ambtenaren. Politieambtenaren krijgen er bijvoorbeeld niet mee te maken.

De vijf belangrijkste veranderingen in de Ambtenarenwet op een rij

1. Verandering van het begrip ‘ambtenaar’
De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren heft de ambtelijke status niet op. Wel bevat de wet een aanpassing van het begrip ambtenaar. Gevolg is dat bepaalde groepen werknemers ambtenaar worden, zoals werknemers van de Autoriteit Financiële Markten, het UWV en De Nederlandsche Bank. Ook verliezen bepaalde groepen ambtenaren de ambtenarenstatus, zoals medewerkers van openbare private scholen.

2. Arbeidsovereenkomst in plaats van aanstelling
Vanaf het moment dat de nieuwe wet geldt, werken ambtenaren niet meer op basis van een aanstelling maar van een arbeidsovereenkomst.

3. Cao vervangt rechtspositieregeling
Het ambtenarenrecht wordt momenteel gekenmerkt door een aanstelling, de toepasselijke rechtspositieregeling en de Ambtenarenwet. Overheidswerkgevers leggen een rechtspositieregeling vast met een besluit. Met de nieuwe wet verdwijnen de rechtspositieregelingen. Overheidswerkgevers kunnen voortaan een cao afsluiten. Daarbij bepalen ze in principe zelf of en met wie ze cao-onderhandelingen voeren.

4. Civiel recht
Door de normaliseringswet vallen ambtenaren onder het bereik van het civiele (arbeids)recht.

5. Vernieuwing van de Ambtenarenwet
De Ambtenarenwet blijft bestaan, maar in aangepaste vorm. De wet gaat naast het Burgerlijk Wetboek gelden voor ambtenaren en overheidswerkgevers. De nieuwe Ambtenarenwet bepaalt onder andere dat:

  • de overheidswerkgever een integriteitsbeleid moet voeren en moet zorgen dat de ambtenaar de eed of belofte aflegt;
  • alleen Nederlanders in aanmerking komen voor vertrouwensfuncties;
  • de ambtenaar een lichamelijk onderzoek op het werk moet toestaan als dat in het belang van de dienst is.

Bron: Driessen HRM

 

« Terug