Wij als OR willen het overleg met het bestuur opschorten. Is het bestuur gerechtigd zonder (overleg met) de OR zijn gang te gaan?

 

Bij opschorting heeft het bestuur geen vrijbrief om te handelen, maar de OR kan niet straffeloos het overleg blijven negeren.

Het doen van een verzoek om een overlegvergadering bijeen te roepen is minder vrijblijvend dan op het eerste gezicht lijkt. Geen van de partijen kan tegen het verzoek bezwaar maken. De OR is echter niet verplicht om aan de overlegvergadering deel te nemen. Deze opschorting kan meer dan één overlegvergadering behelzen. Reden voor opschorting van het overleg met het bestuur kan o.a. een arbeidsconflict zijn dat is uitgemond in bijvoorbeeld een werkstaking. De OR kan om die reden zijn werkzaamheden staken. 

(Let wel op: de beslissing of de OR als gevolg van een staking het overleg opschort is en blijft de verantwoordelijkheid van de OR. Het gegeven dat de vakbonden oproepen om het overleg op te schorten, staat los van de keus van de OR om dit op te volgen. De OR heeft hierin een zelfstandige verantwoordelijkheid.)

Als de OR het overleg met de ondernemer opschort, heeft het bestuur een aantal opties:

  • Ten eerste kan hij zich (voorlopig) neerleggen bij het opschorten van het overleg.
  • Het kan noodzakelijk zijn dat hij een besluit neemt, maar dat overleg met de OR voorgeschreven is i.v.m. advies- of instemmingsrecht. De ondernemer kan zich dan tot de kantonrechter wenden met een verzoek tot naleving (art 36 lid 2). Een dergelijke procedure is echter tamelijk omslachtig.

Als het gaat om advisering door de OR, kan het bestuur in het kader daarvan de ‘talmende’ OR tot de orde roepen (adviestermijn). Echter als het gaat om opschorting ivm een werkstaking, zal het bestuur hieraan in eerste instantie moeten toegeven als gevolg van het internationaal erkend stakingsrecht. Maar een werkstaking kan nooit reden zijn om het overleg met het bestuur volledig te blokkeren, waardoor het bestuur niet meer in staat is om (de noodzakelijke) beslissingen te nemen. Dus als het bestuur de OR herhaaldelijk sommeert om overleg te voeren doet de OR er verstandig aan hieraan gehoor te geven. Hoe dit overleg vervolgens in de praktijk uitpakt, is van meerdere zaken afhankelijk.

De praktijk
Over elke adviesaanvraag of instemmingsverzoek moet overleg zijn gevoerd, voordat het bestuur een definitief besluit kan nemen. Als het bestuur de OR uitnodigt na de opschorting en de OR komt niet, kan het bestuur niet zijn gang gaan. Het zal de OR zeker nog een keer moeten uitnodigen om vast te stellen of de OR echt niet wil meewerken. Als deze situatie zich voordoet, is het raadzaam wel te verschijnen maar het overleg kort te houden en weer in intern beraad te gaan. Het bestuur schiet hier dan niet veel mee op.

De OR kan zijn uiteindelijke advies cq. instemming lang opschorten. Het kan nog eens extern advies vragen, de achterban raadplegen, zich intern beraden, etc. etc. En voordat het bestuur zonder de OR door wil gaan, zal het de OR moeten sommeren met een standpunt te komen. Dan is er voldoende tijd om te beoordelen hoe sterk de partijen in dat specifieke geval staan.

Kortom: bij opschorting heeft het bestuur geen vrijbrief om te handelen, maar de OR kan niet straffeloos het overleg blijven negeren.

Bij twijfel over risicovolle situaties raden wij OR-leden aan contact op te nemen met een jurist of hun vakbondsbestuurder. Er kan dan worden gekeken wat in de specifieke situatie de juiste handelswijze is om zaken op te lossen.