SER-commissie pleit voor modernisering van de WOR

De Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) van de Sociaal-Economische Raad vindt dat de Wet op de ondernemingsraden (WOR) beter moet aansluiten op de huidige praktijk en toekomstige ontwikkelingen. In een brief aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet de commissie daarom verschillende voorstellen om de wet aan te passen. Volgens de CBM verandert de omgeving waarin organisaties opereren steeds sneller. Bedrijven krijgen onder meer te maken met geopolitieke onzekerheid, verduurzaming, personeelstekorten en technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie. Daardoor groeit het belang van een organisatie die snel kan inspelen op veranderingen. De commissie benadrukt dat bestuurders daarom niet alleen oog moeten hebben voor de korte termijn, maar juist ook voor de strategische koers op langere termijn. Medezeggenschap zou daarbij nadrukkelijker betrokken moeten worden. Om die reden heeft de CBM de handreiking Toekomstgerichte medezeggenschap: hoe voer je het gesprek over strategische onderwerpen? uitgebracht.
Voorstellen voor aanpassing van de WOR
Het ministerie van SZW wees eerder al op het belang van een ondernemingsraad die actief meedenkt over strategische en maatschappelijke vraagstukken. De CBM werkt dit nu verder uit met een aantal concrete aanbevelingen voor wijziging van de WOR.
Jaarlijks gesprek over strategie en toekomst
De commissie stelt voor om in artikel 24 WOR vast te leggen dat ondernemer en ondernemingsraad minimaal één keer per jaar overleg voeren over onderwerpen die van invloed kunnen zijn op de middellange en lange termijn van de organisatie. Daarmee zou toekomstgericht overleg een vast onderdeel van het overlegproces worden.
Breder verplichte aanwezigheid van bestuurders
Daarnaast pleit de CBM voor een uitbreiding van de aanwezigheidsplicht tijdens het artikel 24-overleg. Niet alleen bestuurders, maar ook commissarissen zouden structureel moeten deelnemen aan deze bijeenkomsten, fysiek of digitaal. Volgens de commissie zou deze verplichting bovendien voor alle organisatievormen moeten gelden. Op dit moment bestaan er nog uitzonderingen, bijvoorbeeld voor stichtingen en verenigingen.
Meer aandacht voor scholing van OR en pvt
De commissie vindt verder dat ondernemingsraden voldoende kennis moeten kunnen opbouwen om complexe strategische thema’s goed te beoordelen. Daarom adviseert de CBM om afspraken over scholing van de OR en personeelsvertegenwoordiging (pvt) d.m.v. een scholingsplan expliciet in de WOR op te nemen. Ook zou op termijn moeten worden bekeken welk effect deze scholing heeft.
Duidelijkere positie van de personeelsvertegenwoordiging
Tot slot vraagt de commissie aandacht voor de positie van de personeelsvertegenwoordiging binnen de wet. Omdat regels over de pvt momenteel verspreid door de WOR staan, vindt de CBM dat de wet overzichtelijker kan worden ingericht. Een duidelijkere structuur moet de leesbaarheid en toepasbaarheid verbeteren.
Bron: SER.nl
