tien wijzigingen Arbowet 2017

 

20-09-2016  | Nu de Tweede Kamer met een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet heeft ingestemd, kan de Eerste Kamer zich over de wijzigingen buigen. De nieuwe Arbowet zou begin 2017 kunnen ingaan. De belangrijkste wetswijzigingen richten zich op de rol en de taken van de bedrijfsarts en de positie van de preventiemedewerker.

Hieronder vindt u de tien belangrijkste wijzigingen.

1. Werknemers moeten de bedrijfsarts kunnen consulteren over gezondheidskundige vragen, los van de al bestaande mogelijkheid tot consultatie bij verzuimbegeleiding.

2. Medewerkers moeten (een doeltreffende) toegang hebben tot de bedrijfsarts voor gezondheidsvragen in relatie tot het werk:

  • De werknemer moet van deze mogelijkheid op de hoogte zijn;
  • er zijn geen onnodige drempels voor de werknemer door plaats en tijdstip van het consult
  • de werkgever krijgt geen informatie over het consult, de aanleiding of de uitkomsten van het consult op tot de persoon herleidbaar niveau.

3. De bedrijfsarts krijgt de gelegenheid iedere arbeidsplaats in het bedrijf te bezoeken.

4. De werknemer krijgt het recht op een second opinion (een tweede bedrijfsarts) bij de ziekteverzuimbegeleiding, het PAGO, de aanstellingskeuring en de gezondheidskundige consultatie.

5. De bedrijfsarts moet beschikken over een adequate klachtenregeling.

6. Alle arbodienstverleners (dus niet alleen de bedrijfsarts) werken nauw samen met en adviseren aan de preventiemedewerker, de ondernemingsraad en/of personeelsvertegenwoordiging (of bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers) van de werkgever.

7. Alle taken die een werkgever moet afnemen van een bedrijfsarts/arbodienst moeten in een contract worden vastgelegd.

8. Boetes:

  • De bedrijfsarts kan zélf een boete krijgen als hij zich niet houdt aan het mogelijk maken van de second opinion en als hij niet beschikt over een klachtenregeling.
  • Bedrijfsartsen en andere arbodienstverleners kunnen een boete krijgen als zij niet adviseren aan en samenwerken met de preventiemedewerker en de OR dan wel PVT.
  • Idem als zij het advies van de arbodienstverlener met betrekking tot de toetsing van de RI&E niet doorzendt aan de OR dan wel PVT.

9. De werkgever heeft de instemming nodig van de OR dan wel PVT:

  • bij de keuze van de persoon van de preventiemedewerker
  • over de positionering van de preventiemedewerker in de organisatie.

10. De preventiemedewerker krijgt ook als taak om te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en de andere arbodienstverleners.

Bedrijven krijgen een jaar de tijd om het bestaande contract met de bedrijfsarts/arbodienst aan te passen. Het is raadzaam hiervoor de behoefte aan deskundige ondersteuning (op het gebied van veiligheid, gezondheid, verzuim, duurzame inzetbaarheid, etc.) goed te beoordelen en daarna die adequate ondersteuning te regelen. Daarna kan het bestaande contract inhoudelijk en formeel aan de eisen in de nieuwe Arbowet worden aangepast.

Overigens zullen ook de branche-RI&E’s op deze punten moeten worden aangepast.

Bronnen: rie.nl, arboportaal, tweede kamer

 

« Terug