veel bedrijven voldoen nog niet aan nieuwe ARBO-wetgeving

 

31-01-2018  | Volgens de nieuwe ARBO-wetgeving die vorig jaar is ingevoerd moeten organisaties aan verschillende plichten voldoen om te zorgen dat er veilige en gezonde arbeidsomstandigheden bestaan. Daarbij moeten organisaties zich verplicht laten bijstaan door extern deskundigen. Op 1 juli dit jaar is de overgangsperiode voorbij en moet elk bedrijf aan de nieuwe wet voldoen. Dit is echter bij lang niet alle bedrijven het geval.

Uit onderzoek door de Inspectie SZW blijkt dat 25% van alle bedrijven geen contract heeft met een ARBO-dienstverlener. Dit is niet verplicht, maar wel sterk aan te raden om er zeker van te zijn dat uw bedrijf aan de wetgeving voldoet. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat er wel een toename is van overleg over het ARBO-beleid met werknemers en meer organisaties een preventiemedewerker hebben.

Overgangsjaar
Per 1 juli van dit jaar is het overgangsjaar van de nieuwe ARBO-wet voorbij en moeten alle organisaties hieraan voldoen. De inspectie zal bijvoorbeeld op de aanwezigheid, de inhoud en naleving van het basiscontract gaan controleren. Bij het ontbreken hiervan kan een boete worden opgelegd. Deze zal per onderdeel van de verplichtingen tussen de 750,- en 1500,- euro liggen en kan dus flink oplopen bij het ontbreken ervan.

Nieuwe verplichtingen
Naast de bestaande wettelijke taken moeten in het basiscontract nieuwe verplichtingen zijn opgenomen die de kwaliteit van de dienstverlening vergroten:

  • Toegang tot bedrijfsarts: In het basiscontract moet geformuleerd staan hoe de toegang tot de bedrijfsarts (bijv. via een open spreekuur) is geregeld.
  • Overleg met OR en preventiemedewerker: Het basiscontract moet omschrijven hoe het overleg van de bedrijfsarts met de preventiemedewerker en de ondernemingsraad is geregeld. Er moet een samenwerking zijn tussen deze deskundigen.
  • Bezoek van de werkplek: De bedrijfsarts moet iedere werkplek kunnen bezoeken.
  • Second opinion: De werknemer moet de mogelijkheid hebben om een second opinion bij een andere bedrijfsarts aan te vragen als hij of zij twijfelt aan een gegeven advies. De kosten voor de second opinion zijn voor rekening van de werkgever. Uitvoering van de second opinion moet gebeuren binnen de procedures zoals de werkgever dit afspreekt met de arbodienstverlener. Belangrijk om hierop te letten als OR.
  • Klachtenprocedure: Iedere bedrijfsarts of arbodienst moet een duidelijke werkwijze of procedure hebben die beschrijft hoe en waar de werknemer eventuele klachten over de dienstverlening door de bedrijfsarts kan indienen.
  • Melden beroepsziekten: Een bedrijfsarts moet tijd kunnen besteden aan het opsporen, onderkennen, diagnosticeren en melden van beroepsziekten.
  • Advisering over preventie: De advisering over preventie aan de werkgever door de bedrijfsarts moet in het contract staan.

De OR heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van het contract met de ARBO-diensteverlener, en kan hierbij ook ingaan op de inhoud van het contract. Bijvoorbeeld: Hoe het is geregeld met de verplichting van een second opinion? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Hoe onafhankelijk is de uitvoerder daarvan?

Bron: Arboportaal

 

« Terug